OVERJAS ONBEREDENEN - MODEL

A. de overjas is hier opgerold tot een mantelrol. Deze wordt door drie leren mantelriempjes bijelkaar gehouden. Met een leren draagriem wordt de rol dwars over de borst gedragen.
Als hiertoe specifiek opdracht was gegeven, moest de soldaat ook nog
de tenthelft in zijn overjas rollen.
Foto: draagwijze overjasrol.

B. overjas, onberedenen, voorzijde, van veldgrijze grove wol. Platte kraag, geen legeronderdeelbiezen, twee steekzakken op heuphoogte. De onderzijde van de overjas werd niet omzoomd of afgewerkt.

Bij kou, regen en in de winter kon de soldaat naast de overjas en de tenthelft ook nog over andere speciale
winterkleding beschikken.






C. achterzijde overjas, met split met knoopsluiting

D. stempel
CM 39 (Centrale Magazijnen, fabricagejaar 1939) en kledingmaat 0









E. enkele centimters onder de rugband van de overjas zitten één of twee heel kleine lusjes.










F. de twee flappen van de overjas met aan de binnenzijde kleine ijzeren haakjes. Hiermee worden de achterpanden omhoog gebracht door ze in de kleine lusjes op de naad onder de rugband (zie E) te haken. Opgetrokken panden vergemakkelijkt het lopen.


G. drie bruin leren mantelriempjes





H. elk mantelriempje heeft het stempel
CM 1937 (Centrale Magazijnen en fabricagejaar)

overjas onberedenen A
overjas, onberedenen, mantel B
overjas, onberedenen, mantel C overjas, onberedenen, mantel D
overjas, onberedenen, mantel E
overjas, onberedenen, mantel F
mantelriempjes G
mantelriempjes H

OVERJAS ONBEREDENEN - MODEL