VERSLAG MEIDAGEN 1940, W.H. BIERMA
| VERSLAG
MEIDAGEN 1940 - SERGEANT MENAGEMEESTER W.H. BIERMA (geschreven tussen 1990 en 1995) "Zoo ging de tijd verder en was het jaar 1940 aangebroken. Wat zou dit jaar ons brengen. Inmiddels was het al mei geworden. s Morgens om 6 uur werd ik wakker en ging naar het raam om te zien wat voor leven dat was. Ik zag toen de Duitsche vliegtuigen aankomen, ik maakte mijn buurman wakker en zei tegen hem: Oorlog. We hoorden de bommen vallen, polder onder water. Wij liepen naar buiten en zagen dat de olieopslag in brand stond en de lucht was donker van de oliebrandplaatsen. Ik moest al gauw bij de overste komen en hij zei de keukenwagens in orde brengen en alles inpakken en naar de villa Van Houten. Wij kwamen daar in de kelder te liggen vanwege de bommen. s Nachts om 1 uur kregen we t bevel alles gereed maken en wachten tot nadere orders. Het was donker, het was een hele toer om bij donker alles gereed te maken. Vanaf 2 uur s nachts tot s morgens 6 uur stonden drie wagens met paarden ervoor te wachten onder de oprijlaanboomen op nader bericht. Midden in de nacht moest ik op de fiets in donker naar een slager om vlees te bestellen, onmiddellijk brengen. Plotseling kwam er een auto aan, ik dacht Duitsers, maar het bleek de overste te zijn, stopte bij mij, vroeg het wachtwoord dit was Schellingwoude en kon mijn gang weer gaan. We bleven staan tot s morgens 6 uur, het was al lichter. Kregen brood op naar Muiden. Voordat wij vertrokken, kwam er een aangeschoten Duits vliegtuig over ons vliegen, omdat wij onder de boomen stonden, konden zij ons niet zien en werd er niet op ons geschoten. We vertrokken langs een zijweg naar Muiden. Plotseling zagen wij Duitsche jagers aankomen (.. .) gebeuren. Wij gingen toen in galop met de wagens tot wij onder een rij boomen ons konden verbergen. Vervolgens vertrokken wij weer naar Muiden. Toen wij in Muiden aankwamen en plaats kregen in een barak, moest ik met een auto met chauffeur naar Amsterdam om proviand te halen. Dat was niet best, want wij kregen de mededeling dat er in Amsterdam op ons werd geschoten vanuit de huizen. Mocht dit het geval zijn, dan direct een aanval doen op die richting. Ik had mee in de auto twee militairen in zitten met geladen geweren. Maar dit gebeurde niet zoodat wij weer goed in Muiden kwamen. s Morgens kregen wij bevel om aan te treden, want er waren in de buurt van Hilversum parachutespringers geland. Maar dat bleek later niet zoo te zijn bij onderzoek ter plaatse. Toen we na geslapen te hebben op de grond in een school s morgens op het terrein kwamen, was er een man die vertelde ons dat hij ging over de Afsluitdijk, diegene een kaart wilde sturen naar huis, aan hem die medegeven en hij zou die in Friesland op de bus doen. Maar dat gebeurde niet, want hij ging over de Veluwe en deed het bericht in Groningen in de bus en toen dachten ze bij ons thuis dat ik al gevangen genomen en in Duitschland zat. Toen wij nog in Muiden zaten, kwam er bericht binnen bij de overste waarin stond dat er een regiment moest gaan naar Rotterdam, bij de Moerdijkbrug. Eerst was er sprake dat wij als 31ste regiment er naar toe moesten, maar het bleek dat het 32ste regiment moest gaan. Er is toen zeer gevochten en jongens gesneuveld. Dus dat was zeer vreeselijk. Toen dan eigenlijk de demobilisatie kwam, dat wij als militairen ons moesten overgeven, was dat een raar bericht. Officieren scheurden hun sterren van de kraag, geweren enz. werden in het water gegooid. Het was op dat oogenblik een rare toestand. Al gauw konden wij als onderofficieren bij particulieren slapen, en dat was al een hele verbetering op bed in plaats van op de kale grond zoals wij vijf nachten doorbrachten zonder kleeren, schoenen uit. Wij kregen toen mededeling als inpakken en naar Amsterdam. Wij kwamen daar dan in een school, waar wij enkele dagen als ontwapende militairen ingekwartierd waren. Na deze periode moesten wij aantreden en kregen het bericht lichting 1924 mag naar huis. Wij hebben toen onmiddellijk maatregelen genomen en zijn toen vertrokken naar Alkmaar met de trein. Daar aangekomen konden wij, ik en Brouwer uit Pingum niet meer in de vrachtwagen, want die stond vol met militairen die ook naar huis konden gaan. Brouwer is toen wel meegegaan en is boven op de cabine gaan zitten en toen zijn ze vertrokken. Ik wou dat niet en heb toen één nacht geslapen in een hotel in Alkmaar. Ben de volgende dag met de bus naar Leeuwarden gegaan. Daar aangekomen waren er nog drie soldaten die naar Holwerd moesten. Wij hebben toen een auto genomen een zoo kwam ik dan de 25ste mei 1940 thuis en was gelukkig alles aan de kant. Ik kon mijn vrouw en kinderen weer gelukkig omhelzen." |
VERSLAG MEIDAGEN 1940, W.H. BIERMA