DE PRIJS VAN EEN BUITENMODEL
Kleeren maken de man, een goed uniform maakt de soldaat! Iedere verzamelaar van Nederlandse uniformen tot en met 1940 weet dat het vinden van een buitenmodel geen zware opgave is, maar een buitenmodel voor een soldaat of onderofficier is al een heel ander verhaal. Maar het dragen van zo'n buitenmodelletje zal ook voor veel soldaten een innige wens geweest. Deze advertentie in "De Soldatenkrant" van groep Maas-Noord van juli 1939 zal door de manschappen dan ook wel met veel interesse gelezen zijn.
Als we deze advertentie namelijk vergelijken met één uit het weekblad 'Het Leven' van 25 november 1939, dan lagen daar de prijzen gemiddeld maar liefst 22,- hoger! Het bedrijf Esders uit Rotterdam richtte zich ook gezien de afgebeelde militair blijkbaar meer op de officieren, die nu eenmaal beter in de slappe was zaten.
Maar hoe duur of goedkoop was het laten maken van een buitenmodel nou eigenlijk? Hoeveel 'verdiende' een soldaat of een officier toen? Hier
duidelijkheid in krijgen was toen al een ingewikkeld
verhaal en is dat nu eigenlijk nog steeds. Ingaande 1
september 1939 ontving een gemobiliseerde soldaat, die
voordien kostwinnaar was, een kostwinnersvergoeding van
maximaal 2,50 per dag, d.w.z. 17,50 per
week. In november werd dit verhoogd naar maximaal
3,- per dag en 21,- per week. Zij, die vóór de
mobilisatie meer dan 26,25 verdienden, kregen
maximaal 4,- per dag of 28, - per week. De
hoogte van het toegekende bedrag was afhankelijk van het
inkomen voorafgaande aan de mobilisatie. Uitgangspunt was
dat 20% van dat inkomen voor de kostwinner zelf was en
80% voor het gezin. Iemand die voor zijn opkomst
17,- per week verdiende, kreeg dit bedrag helemaal
vergoed. Iemand die tussen de 18,- en 22,50
verdiende kreeg maximaal 18,- vergoed. Iemand die
25,- verdiende, kreeg 80% x 25,- is
21,- per week vergoed (dit is 80% van het gederfde
inkomen). Iemand die 40,- per week verdiende, kwam
er nog slechter van af: het gederfde inkomen was 80% van
40,- = 32,-. Maar het maximum aan
vergoeding was 21,- . In dat geval kreeg hij de
helft van het verschil tussen het gederfde en het
algemeen maximum extra, te weten 5,50. Dit bracht
het totaal op 26,50. Interessant is hierbij om te
weten dat iemand die in de steun was circa 14,50
kreeg en iemand die in de werkverschaffing zat tussen de
14,- en 18,-. Van deze bedragen moest een
gezin kunnen leven. Het huren van een woning kostte
tussen de 3,30 en de 7,50 per week, maar
inwonen bij familie was natuurlijk goedkoper. Het moge
duidelijk zijn dat er bij de één meer rek in zal hebben
gezeten dan bij de ander. Maar veel geld om een
buitenmodel aan te schaffen zal er voor de gemiddelde
getrouwde soldaat niet zijn overgebleven.
Met ingang van 1 februari 1940 kregen soldaten en officieren die 's nacht buiten hun woonplaats verbleven een mobilisatietoelage en menagegeld. Deze toelage bedroeg voor manschappen (gehuwd of ongehuwd) 15 cent per dag en voor gehuwde officieren tussen 1,25 tot 4,- per dag (voor ongehuwde was dit iets meer dan 1/3 van dat bedrag). Het menagegeld bedroeg 50 cent per dag. Al met al geen vetpot en een lange tijd te gaan tot de aankoop van een buitenmodel. En je wilt als ongehuwd soldaat toch ook wel eens je meisje meenemen voor een kopje koffie, kosten: 15 cent of samen naar de bioscoop: tussen de 50 cent en 1,25. Of haar verrassen met een paar zijden kousen: ook een rib uit je lijf, want dat kostte tussen de 35 en 85 cent. Bovendien wilde je er zelf toch ook goed uitzien als je uitging. Voor een gewoon mannenkostuum betaalde je bij C&A toch al gauw tussen de 10,- en 30,- en voor een echt duur kostuum moest je ook daar tussen de 60,- en 80,- neertellen. Coupeur Berson uit Groesbeek was met zijn buitenmodel uniformen voor 42,- tot 60,- dus echt wel goedkoop. Maar als men al het bovenstaande bedenkt, dan moest een soldaat toch wel heel lang dienen, nooit uitgaan en een echte gierigaard zijn om uiteindelijk een buitenmodel te kunnen aanschaffen. Of hij moest al voor zijn diensttijd goed in de slappe was hebben gezeten en hebben gespaard. Of zoals soldaat Daantje in de film 'Het meisje met de blauwe hoed' goed verdienende en vrijgevige ouders hebben. Is het al met al een wonder dat er maar zo weinig buitenmodelletjes voor de gewone soldaten te vinden zijn? Jacqueline
Hoevenberg |
REACTIE OP BOVENSTAAND ARTIKEL
| Kort commentaar door J.C. Kerkhoven,
voormalig conservator van het Koninklijk Nederlands
Leger- en Wapenmuseum (e-mail d.d. 13 maart 2003): Buitenmodel gewoon soldaat Drie redenen dat deze niet gedragen werd: a: de prijs b. ook de bijbehorende beenwindsels, schoenen en hoofddeksel moesten aangeschaft worden c. uitgelachen en bespot te worden binnen en buiten de kazernes, barakkenkampen, legerplaatsen en op de straat. Geen wonder dus "dat er maar zo weinig buitenmodelletjes voor de gewone soldaten te vinden zijn" (Opmars augustus 2000). |
DE PRIJS VAN EEN BUITENMODEL