Een
vooroorlogse manschappenbarak in Meijel (NB)
Begin 2002
stond in de Trompetter - een regionale krant in zuidoost
Brabant - een bericht over de vooroorlogse barakken in de
gemeente Hoge-Lage Mierde (NB). John Meulebroeks, een
bekend heemkundige en tevens verzamelaar van militaria
uit de 2e Wereldoorlog, deed in dit bericht
uit de doeken dat hij al zijn energie aan het inzetten
was om deze militaire barakken of manschappenonderkomens
te behouden en een goede en blijvende bestemming te
geven. Na de oorlog waren deze barakken nog een tijd lang
in gebruik als woonruimte voor ex-KNIL militairen die
Indonesië plotseling hadden moeten verlaten na het
uitroepen van de onafhankelijkheid. Een bekende inwoner
van één van deze barakken was de later succesvolle
voetballer Simon Tahamata.
Het genoemde
krantenbericht schoot mij weer in gedachten, toen ik
thuis fotos zat te bekijken van een excursie die ik
samen met Pim Monnee (VHM-lid) en Robert Oostvogel in
2000 had gemaakt in de omgeving van Meijel. Pim Monnee
had namelijk in 2000 contact gehad met de dochter van de
heer S. Verschaeren, die in het plaatselijke museum een
groot aantal fotos had verzameld van Meijel tijdens
de 2e Wereldoorlog. Na een telefonisch gesprek
met de heer Verschaeren zelf, volgde een een uitnodiging
voor een museumbezoek en een kleine excursie naar een
deel van de Peel-Raamstelling.
De
Peel-Raamstelling vormde ter plekke een hoek met de
Noordervaart-ZuidWillemsvaart. Deze situatie behoeft
misschien enige uitleg. Het dorp Meijel ligt binnen een
geografische zuidoost hoek die wordt gevormd door de
vanuit het westen (Weert) komende ZuidWillemsvaart die
vanaf Nederweert werd doorgetrokken en dan Noordervaart
wordt genoemd èn de vanuit het noorden (Grave) in 1938
gegraven Peel-Raamstelling. In feite was het een
kwetsbaar onderdeel van de verdedigingslinie en daarom
werd door de toenmalige opperbevelhebber van de
Nederlandse strijdkrachten besloten een dubbele linie aan
te leggen. Het zwaartepunt kwam nu te liggen bij het
kanaal van Deurne en de Noordervaart enerzijds en de
stellingen van Vossenberg en Amstelbergen anderzijds. Bij
de Vossenberg lagen een aantal kazematten. Het terrein
tussen de linie vanaf sluis 13 boven Nederweert en het
kanaal van Deurne ter hoogte van en links van Helenaveen
werd geïnundeerd. Het gebied was verder voorzien van een
uitgebreid stelsel van loopgraven en schuttersputten. Er
liggen nu nog twee kazematten (zie de foto's hierboven).
Onder en ten zuiden van Meijel-Katsberg lag ook een
aantal kazematten dat een verdedigingsgordel vormde met
de eerder genoemde Noordervaart, het Deurnekanaal en de
Vossenberg.
Waaruit
bestonden de gevechts/oorlogshandelingen in de directe
omgeving van Meijel? In april 1940 werd een aantal
pag-kanonnen weggehaald en vervangen door o.a. 8 staal-
en 6 veld-kanonnen. In Meijel zelf werd een 6 veld-kanon
opgesteld. In de vroege ochtend van 10 mei 1940 rukten
Duitse eenheden vanaf de Maas op richting Meijel. Vanuit
Beringen kwamen verkenningseenheden al spoedig vast te
zitten. Richting de Heldense brug werden enige gevechten
geleverd. Slechts een tweetal secties met een 6
veld-kanon onder leiding van luitenant Pernot hielden de
Duitsers een tijdje tegen. Ook bij een voorpost ter
hoogte van Helenaveen werden de Duitsers die in grote
getale waren verschenen, even opgehouden door enige
soldaten met een M.20-mitrailleur. Vanwege de doorbraak
bij Null werden de Nederlandse stellingen in de avond van
10 mei echter verlaten. Zo ook in Meijel.
De soldaten
van de 3de sectie-II-30 R.I. die op de
Katsberg waren gestationeerd, lagen normaliter
ingekwartierd in de zaal van café De Roskam
in de Dorpsstraat van Meijel. De officieren waren
ondergebracht bij particulieren in het dorp.Een deel van
de manschappen van o.a. de Vossenberg hadden hun
inkwartiering in een door hen zelf gebouwde/getimmerde
barak (mondelinge mededeling S. Verschaeren). Na het
bezoek aan het Heemkundig museum van Meijel liet de heer
Verschaeren ons dit soldatenonderkomen zien.

Het nu nog
in gebruik zijnde schuurtje bevindt zich in een tuin
naast het gebouw van de heemkundevereniging. Het is
groen-wit geschilderd en heeft witte raamkozijnen. De
vereniging probeert al langere tijd het bouwsel te
behouden, maar het was tot aan ons bezoek (dec. 2000)
helaas nog niet gelukt met de huidige eigenaar tot
overeenstemming te komen.
Op zich is
het verbazingwekkend dat deze barak er nog steeds staat
anno 2002, gezien de situatie van Meijel, maar ook - en
met name - gezien de gevechtshandelingen in 1944. Vanaf
27 oktober 1944 werden in het gebied namelijk gedurende
bijna twee maanden zware gevechten gevoerd tussen de
Duitsers en de Geallieerden. Meijel werd in die twee
maanden liefst twee keer bevrijd. Om een indruk te geven
van de chaos in en rond Meijel eind 1944: bijna alle
huizen hadden schade opgelopen, 75 van de 480 panden
waren totaal vernield, 194 ervan licht beschadigd, 46
middelzwaar en 69 panden hadden glas-en/of dakschade
opgelopen.
In week 44
van 2002 heeft mij het bericht bereikt dat het
Openluchtmuseum in Arnhem de barakken van Hoge en Lage
Mierde een definitieve bestemming op het terrein aldaar
geeft. Het initiatief van John Meulenbroeks heeft dus in
elk geval een waardige afsluiting gekregen.
Misschien
dat het bestuur van de Meijelse heemkundevereniging
hierdoor opnieuw geïnspireerd raakt en blijft proberen
ook voor de Meijelse manschappenbarak uit 1939 een juiste
bestemming te vinden. Hopelijk heeft de zware storm van
27 oktober het fragiele gebouwtje laten staan
Pieter
Dijkstra
© 2002
Bronnen:
E. Brongers, Opmars naar Rotterdam, Baarn 1982
C.B. Cornelissen, Storm uit het Noorden, 1985
Werkgroep Heemkunde Meijel, Meijel in de oorlogsjaren
1940-1945, Meijel 1981
NB
Dit artikel is eerder verschenen in "Opmars",
zevende jaargang, nr. 41, december 2002. OPMARS is
het tweemaandelijkse magazine van de Vereniging
Historische Militaria.
|