Nederlandse
uniformen in Duitse gevangenenkampenIn het
Volkskrant Magazine van 30 oktober 2004 stond een artikel
over het onlangs opgedoken dagboek van de 18-jarige
joodse Helga Deen. Zij schreef dit dagboek in de de
laatste weken van haar leven - juni 1943 - in Kamp Vught.
Ter illustratie van het artikel was onder anderen de
hieronder afgebeelde foto geplaatst met de titel: Transport
naar kamp Vught vanaf station Vught.

(Bron: Nationaal Monument Kamp Vught)
Op
de foto zijn duidelijk Nederlandse soldaten in uniform te
zien: op klompen en met een 'wolletje' over de schouder.
Het lijkt hier te gaan om het wegvoeren van soldaten in
krijgsgevangenschap vanaf 16 mei 1940. Sommige soldaten
kregen daarbij twee dekens, een etensblik en een lepel
uitgereikt. Of is het de terugkomst van Nederlandse
soldaten uit krijgsgevangenschap, waarschijnlijk op of
kort na 11 juni 1940. Dit kan natuurlijk best
bij station Vught zijn, maar toch zeker niet op weg naar
Kamp Vught. Het concentratiekamp Vught werd namelijk pas
eind 1942 (officieel half januari 1943) in gebruik
genomen. Foute fotokeuze, tenminste.... dat dachten wij.
Dus namen we via e-mail contact op met het Nationaal Monument Kamp
Vught.
Wij ontvingen van Kamp Vught de volgende informatie:
"De foto met onderschrift is wel degelijk
correct. Het betreft hier een transport van gevangenen
vanuit kamp Amersfoort naar kamp Vught. De personen op de
foto dragen inderdaad Nederlandse uniformen. Je zou dus
verwachten dat dit Nederlandse soldaten zijn in
krijgsgevangenschap, maar het is gebruikelijk geweest in
kamp Amersfoort dat de gevangenen daar afgedankte
Nederlandse uniformen droegen, omdat er niet voldoende
kampkleding (blauw wit gestreept) voorhanden was. De foto
is dus enigszins verwarrend maar het onderschrift is wel
juist."
We hebben naar aanleiding van deze reactie
meteen een aantal boeken doorgekeken en inderdaad
verwijzingen gevonden naar het gebruik van Nederlandse
uniformen in Duitse gevangenenkampen.
1. Frans Smits (Armamentaria 7) meldt dat in Kamp
Amersfoort de burger-geďnterneerden met volledige
tenue's (veldmuts, veldjas, broek en beenwindselen)
werden 'uitgerust'. Hij verwijst hiervoor naar
het boek Titus Brandsma, H.W.F. Aukes 1947, p.
127 en 139 en de tekening op de titelpagina. Hij
illustreert zijn artikel verder met een eigenhandige
tekening van een concentratiekampgevangene in een
voormalig Nederlands uniform en op klompen. Alleen in het
Engelse bijschrift staat het volgende: "the
wooden shoes are part of his own personal belongings".
Dit laatste kan men echter betwijfelen, want klompen
behoorden bij het werkpak van de Nederlandse soldaat en
waren onderdeel van de standaarduitrusting.
Waarschijnlijk werden ook deze dus 'uitgereikt'.
(NB. Opmerking NM Kamp Vught: "Daarnaast is het
logisch dat gevangenen in Amersfoort
Nederlandse legeruniformen droegen, omdat de
barakken (van het kamp Amersfoort) in 1939 nog gebruikt
werden door het Nederlandse leger. Wellicht zijn de
uniformen na de capitulatie aldaar achtergelaten".
2. G. von Freitrag Drabbe Künzel schrijft op p. 37:
"Elke gevangene ontving als kampgerei twee dunne
dekens, een voddig handdoekje, een stukje zeep, een
etenspannetje, een mok en een lepel. Spoedig na
ingebruikneming van het kamp moesten ook de kleding en
schoenen worden ingeleverd. Ter bevordering van de
uniformiteit en de afbraak van individualiteit werden de
gevangenen identiek gekleed. In de kampen in Duitsland
waren daarvoor speciale gestreepte boevenpakken
(pyjama's) in omloop: in Amersfoort had men moeten
improviseren en werden de gevangenen in afgedankte
uniformen van het Nederlandse leger gestoken. Behalve dit
militaire kostuum van broek, jasje en veldmuts ontvingen
de gevangenen onderkleding en sokken, puttees en klompen.
Puttees, door de gevangenen voet- of beenlappen genoemd,
waren repen stof waarmee de broekspijpen tegen het been
werden gebonden. Dit omwinden was een 'heidense toer',
meende kapelaan Stoelenga die in Amersfoort had gezeten,
maar tot mijn geruststelling tobben ze daar
allemaal mee'. Niet goed aangelegde puttees draaiden,
lieten los, zakten af. De klompen bleken een kwelling.
Het hout dempte en veerde niet, zodat veel gevangenen al
de eerste dag pijn kregen.... Nagenoeg alle gevangenen
hadden voetblessures.
In de wintermaanden werd de gevangenen ook een militaire
overjas verstrekt, die zij echter voor de koude goed en
wel voorbij was, weer moesten inleveren. Op het uniform,
op de linkerborst en -dij, dienden de gevangenen een
genummerd lapje katoen ('kaasdoek') te naaien. Dit nummer
hadden zij bij inschrijving van de kampadministratie
gekregen. In het kamp verving het hun roepnaam".(NB
op de foto is het lapje met nummer op de linkerborst
duidelijk te zien!)
En op p. 48:
"Uit de geconfisqueerde boedel van het
Nederlandse leger verdween aardig wat naar het kamp:
militaire kledij en kook-en eetgerei."
In het boek staat ook één foto afgebeeld (p. 110 ) van
gevangenen in Nederlands uniform.
Op p. 127 wordt vervolgens melding gemaakt van het
vertrek van gevangenen uit Amersfoort naar het nieuwe
Kamp Vught: de meeste tussen half januari en 1 maart
1943. Kamp Vught kan de foto dateren rond maart 1943.
Met de publicatie van deze
foto en de informatie via Nationaal Monument Kamp Vught
hebben we vanuit een onverwachte hoek weer meer inzicht
gekregen in het gebruik van de Nederlandse uniformen na
de meidagen van 1940!
Jacqueline
Hoevenberg
2 november 2004
Bronnen:
De grijsgroene uniform na de meidagen
van 1940, F. Smits in Armamentaria
nr. 7, 1972, p, 83-84
Kamp Amersfoort, G. von Frijtag Drabbe Künzel,
2003.
|