Krijgservaringen op1
10 mei 1940 van de twee secties zware
mitrailleurs van de mitrailleur-compagnie van het
eerste bataljon van het 28e Regiment Infanterie
gelegerd op Prinsenheuvel.(samensteller: M.
Trouwborst)
"FESTUNG HOLLAND SOLL HANDSTREICHARTIG -
UNTER UMGEHUNG DER
GREBBE LINIE - AUS DER RUCKFRONT GENOMMEN
WERDEN" (uit bevel van LUFTLANDEKORPS)
Verhuizing van
Oostfront naar Zuidfront Vesting Holland
Na een onafgebroken verblijf sedert
het begin van de mobilisatie (augustus 1939) op
de diverse forten van het Oostfront van de
Vesting Holland werd omstreeks 12 april 1940
geheel 28 R.I. verplaatst naar het Zuidfront en
in het verdedigingsgebied van de Groep Kil
tamelijk verspreid gelegerd:
- het eerste bataljon
(1-28 R.I.) voornamelijk op het eiland van
Dordrecht;
- het tweede en derde
bataljon (11-28 R.I. en 111-28 R.I.) voor
namelijk op het Oostelijk deel van de Hoekse
Waard.
Enkele eenheden van 28
R.I. kregen een verdedigingstaak in het Brabantse
bruggenhoofd van de Moerdijkbruggen en werden als
gevolg aldaar gehuisvest.
Mij beperkend tot I-28 R.I., de bataljonsstaf
vond onderdak in huize "Amstelwijck"
(een in een park vrij gelegen ruim herenhuis aan
de verkeersweg Dordrecht - Moerdijkbrug); de
compagnieen werden over het eiland verspreid (Kop
van het Land, Willemsdorp en enkele boerderijen).
Twee van de vier secties van de compagnie zware
mitrailleurs werden onder mijn commando gelegerd
op de boerderij Prinsenheuvel. Als
inkwartieringsadres was Prinsenheuvel voor ons
allen een eenzaam gelegen en ten dele zelfs
moeilijk bereikbare locatie: aan de Noordelijke
oever van het Hollands Diep, Zuid-Oost van de
Tweede Tol. De secties zouden hier een taak
krijgen in de tussen de Dordsche Kil en
Prinsenheuvel op te stellen verdedigingslijn.
De onverwachte verhuizing van de zo vertrouwd
geworden forten aan het Oostfront van de Vesting
Holland naar het waterlandschap tussen de
rivieren in het Zuiden betekende voor de meeste
onderdelen een achteruitgang in accommodatie,
verbindingen en sfeer.
De negende mei 1940
De internationale spanning was in begin mei
belangrijk toegenomen Op 7 mei werden alle
verloven ingetrokken. dus ook de zakenverloven en
andere bijzondere verloven. Voor de grenstroepen
werd verhoogde paraatheid gelast.
In de nacht van 8 op 9 mei werd ik des nachts
omstreeks een uur in mijn kwartier Prinsenheuvel
gewekt. Voor de deur van mijn slaapkamer stonden
kapitein Dekker (de van zakenverlof teruggekeerde
compagniescomandant) en eerste luitenant Raadsen.
Kapitein Dekker deelde mij mede dat van
Commandant Groep Kil de opdracht was ontvangen om
voor zonsopgang met twee secties zware
mitrailleurs stelling te nemen langs de
verkeersweg tussen Amstelwijck en Willemsdorp om
het eventueel landen van vreemde vliegtuigen te
bestrijden. Besproken werd dat de drie mij ter
beschikking staande stukken (type Schwarzlose)
als volgt in de berm van de betonweg zouden
worden opgesteld: een stuk Zuid van Amstelwijck,
een stuk Zuid van de Tweede Tol en het derde stuk
ter hoogte van de kazerne van de Politietroepen
te Willemsdorp.
De opstellingen moesten om vier uur des morgens
zijn ingenomen. Tijdstip van terugkeer naar de
kwartieren werd bepaald op acht uur.
| (Met betrekking
tot het feit dat de halve compagnie zware
mitrailleurs voor de verdediging van de
weg over slechts drie stukken beschikte
diene het volgende. 28 R.I. was een
gemobiliseerd reserve-regiment.
Bewapening en materieelvoorziening van de
reserve-regimenten was in vele opzichten
minder en meer verouderd dan die van de
"normale" regimenten. Organiek
diende een sectie zware mitrailleurs te
beschikken over drie stukken. MC-I-28
R.I. had twee stukken per sectie. Van de
vier stukken die er aldus hadden moeten
was een stuk reeds lang
"ergens" in reparatie). |
Gezien de
afstand die met de wagens (de "karren")
van Prinsenheuvel naar de drie
opstellingsplaatsen op de verkeersweg moest
worden afgelegd was er na het vertrek van beide
vorengenoemde officieren geen tijd te verliezen.
Er werd dus zo snel mogelijk gewerkt,
"ingespannen" en in de duisternis
vertrokken. Het voor Willemsdorp bestemde stuk
had de grootste afstand af te leggen (ca. 7 km).
De eerste anderhalve km - van Prinsenheuvel tot
de secondaire dwarsweg onder de Tweede Tol liep
ons aller pad door de weilanden over met gras
begroeide dijkjes met hier en daar een diep
karrespoor. Een extra hindernis op deze
anderhalve kilometer werd gevormd door dwars over
de dijkjes geplaatste houten hekken (perceel
scheidingen) die stuk voor stuk geopend en na
doorgang weer gesloten dienden te worden. De des
nachts aan weerszijden van de hek liggende koeien
voltooiden de wegversperringen.
Niettemin werden de drie voorgenomen locaties
langs de verkeersweg Amstelwijck - Willemsdorp
tijdig bereikt en stonden de stukken om vier uur
schietklaar gereed opgesteld.
Zonsopgang en eveneens de eerste uren daarna
verliepen op 9 mei uitermate vredig. Ongeveer
8.30 uur werd opgebroken en gezamen terug
gemarcheerd naar Prinsenheuvel.
Rust tot aanvang middagdienst (13.30 uur).
Voor het dagelijks contact met de compagnies- en
bataljonsstaf begaf ik mij in de namiddag naar
Amstelwijck. Tijdens mijn bezoek kwam het
telefonisch bericht van Commandant Groep Kil om
de volgende dag wederom om 4.00 uur de
opstellingen langs de verkeersweg in te nemen.
Aan de bataljonscommandant (Majoor van Hoek)
verzocht ik een vrachtauto voor het nachtelijk
vervoer van wagens en personeel van het voor
nabij Willemsdorp bestemde stuk.
De vrachtauto werd mij toegezegd.
De tiende mei 1940
Te ca. 2.00 uur des nachts meldde de chauffeur
zich met de vrachtauto op Prinsenheuvel voor het
vervoer van het stuk "Willemsdorp" (een
auto met uitsluitend een laadvloer, zonder
opstaande schotten enz. dus uitermate geschikt om
de stuks- en de munitiekar te plaatsen).
Na het tijd rovende trajekt door de landerijen
tussen Prinsenheuvel en de weg onder het viadukt
Tweede Tol te hebben afgelegd verliep de verdere
mars vlot. Tussen half vier en kwart voor vier
stonden de stukken opgesteld in de wegberm op de
grondaffuit. Op de verkeersweg en omgeving
heerste omstreeks die tijd een door niets
gestoorde rust.Het was een prachtige morgen.
Mij bij het stuk Tweede Tol bevindend werd ik te
ca. kwart voor vier verrast door het bezoek - per
dienstauto - van de eerste luitenant D. de Vries
van de Staf Groep Kil. In het paar minuten
durende gesprek dat we hadden zei hij dat naar
zijn mening de spanning enigzins was afgenomen
daar bepaalde bijzondere verloven (ziekte van
naaste familie met levensgevaar) weer mochten
worden verleend. Hij vertrok weer snel om via de
verkeersbrug ook nog een bezoek te brengen aan
het Brabantse bruggenhoofd.
Even na zijn vertrek was het afgelopen met de
serene rust. Onze aandacht werd getrokken door
naderbij komend sterk vliegtuiggeronk. Op grote
hoogte verschenen uit het Oosten komende
vliegtuigen. Onze eerste gedachte was dat we
inderdaad landingen op de weg zouden meemaken. De
vliegtuigen - in steeds groter getale - hielden
echter hun westwaartse koers aan zodat onze
volgende filosofie was dat ze op weg waren naar
Engeland.
Tussen ca. 4.00 en 4.30 uur gebeurde toen
achtereenvolgens het volgende.
Van west naar oost vliegend (vanaf de Hoekse
Waard via Tweede Tol) verscheen plotseling een
Duits toestel achtervolgd door een Nederlands
vliegtuig, vermoedelijk een GI. De toestellen
vlogen zeer laag en kruisten de verkeersweg op
ca. 100 m van onze opstelling. Vanuit het Duitse
toestel werd op ons geschoten, ik hoorde de
aanslagen van kogels op het wegdek.
Inmiddels verschenen steeds meer vliegtuigen in
grote cirkels rond vliegend boven het eiland van
Dordrecht.
In de nu vaste overtuiging dat dit de
transporttoestellen waren die op de verkeersweg
zouden gaan landen werden we echter plotseling
verrast door met donderend geraas steil naar
beneden duikende formaties bommenwerpers, die de
luchtdoelartillerie en Willemsdorp bombardeerden.
Het stuk Tweede Tol overleefde dit bombardement
op een afstand van ca. drie km.
Even na de volledige uitvoering van de
bombardementen - en het optrekken van hierdoor
veroorzaakte grote wolken stof en rook -
cirkelden een aantal transporttoestellen verder
naar beneden. Geleidelijk dalend tot een hoogte
van gemiddeld 150 meter werden we toen
geconfronteerd met de Duitse aanvalsverrassing op
de vroege morger van de tiende mei 1940 bij de
Moerdijk (en ter zelfder tijd of op deze dag even
later plaats vindend in diverse andere gebieden
in het Westen van de Vesting Holland). In een
vlug tempo na elkaar sprong parachutisten uit de
toestellen. Het afspringen verliep per twee a
drie achter elkaar vliegende toestellen ongeveer
tegelijk boven een zorgvuldig uitgekozen
landingsterrein nl. het gebied Oost en Zuid-Oost
van de Tweede Tol en Oost van de Spoordijk. Het
was rustig windstil weer, derhalve uitermate
gunstig voor de landingsoperatie. Na een korte
vrije val van de parachutist (valschermjager)
ontplooide zich een grote witte parachute. Ook
materiaal verpakt in klein, containers werd
afgeworpen.
Gezien de geheel andere situatie dan was verwacht
hadden we inmiddels de zware mitrailleur
"Tweede Tol" op de luchtdoelaffuit
geplaatst. Mede ter instructie van schutter en
helper heb ik persoonlijk de eerste paar
patroonbanden op vliegtuigen en parachutisten
afgeschoten. Zodra we door de aanvaller waren
ontdekt werden we zo nu en dan door vliegtuigen
scherend boven de weg onder vuur genomen.
Aangezien de omgeving van bruggehoofd Willemsdorp
reeds brandpunt van het gevechtsgebied was
geworden had het bepaald geen zin te trachten het
stuk bij Willemsdorp te bereiken. Ik besloot
daarom nog te proberen - per fiets - via de weg
naar het stuk Zuid van Amstelwijck te komen. In
het park Amstelwijck stond de
compagniesmunitiewagen. Wellicht bestond de
mogelijkheid maatregelen te nemen voor de
herbevoorrading van de mitrailleurs met munitie.
Aangekomen bij het stuk Amstelwijck bleek dat
reeds het merendeel van de organiek bij het stuk
aanwezige munitie was verschoten.
De landingen uit de lucht waren inmiddels
afgelopen.
Met de laatste halve band patronen nog in de
mitrailieur besloot ik met stuk en bemanning op
Amstelwijck terug te trekken.
Nabij het Amstelwijck stuk stond de vrachtwagen
gecamoufleerd geparkeerd waarmee des nachts het
Willemsdorp stuk was vervoerd.
Met de mitrailleur op de auto - affuit
achterwaarts gericht op de weg - hebben we de ca.
halve kilometer naar Amstelwijck schietend
afgelegd.
Aan Majoor van Hoek bracht ik verslag uit van de
gebeurtenissen sedert 4.00 uur des morgens. Mijn
schatting dat de landingsoperatie noord en zuid
van het bruggenhoofd ongeveer een bataljon sterk
zo zijn geweest heb ik later bevestigd gezien in
het verslag van de Sectie Krijgsgeschiedenis van
het Hoofdkwartier Koninklijke Landmacht. Aan de
noordzijde en de zuidzijde landde de helft van
het tweede bataljon van het eerste Regiment
Valschermjagers. -Majoor van Hoek gaf mij de
opdracht Amstelwijck te verdedigen.
Hiertoe plaatste ik de zware mitrailleur -
intussen weer voorzien van patroonbanden - in de
noord-oosthoek van het park, een opstelling van
waaruit zowel de verkeersweg als het terrein oost
van de weg kon worden overzien. Voor de
verdediging had ik voorts de beschikking over het
tot de Staf van I - 28 R.I. (mij nagenoeg
onbekend) behorend personeel bestaande uit onder
meer chauffeurs, ordonnansen, paardenverzorgers,
schrijvers enz. voorzien van een nog,al
uiteenlopende bewapening.
Voor zover mogelijk improviseerde ik - per twee a
drie man bij elkaar - aan de rand van het park
een rondomverdediging.
Nauwelijks hiermee gereed zijnde hoorde ik vanuit
Amstelwijck herhaaldelijk mijn naam roepen. Mijn
aanwezigheid bleek gewenst in het souterrain waar
men een kist handgranaten had geopend. Van de
aldaar aanwezigen was echter niemand op de hoogte
hoe de granaten "op scherp" moesten
worden gesteld. Ik demonstreerde op welke wijze
het slagpijpje in de granaat moest worden
geschoven en wees op de ruim beschikbare tijd
tussen aftrekken, wegwerpen en ontploffen. Ik nam
een van de demonstratie-exemplaren - een
aanvalshandgranaat met blikken wand mee in de zak
van mijn overjas.
Naarmate de tijd verliep voelden we de
parachutisten steeds meer naderbij komen. De
mitrailleur gaf salvo's af op elk mogelijk doel
in het terrein oost van de weg.
Mij bevindend bij de mitrailleur - liggend tegen
de berm van een diepe droge greppel tussen park
en verkeersweg - zagen we op een gegeven moment
met flinke snelheid een kleine witte vrachtwagen
aankomen (van zuid naar noord, dus richting
Dordrecht). Door arm zwaaien probeerde ik de
chauffeur tot stoppen te bewegen. Aangezien de
auto geen vaart minderde gaf de
mitrailleurschutter een salvo op de wielen
waardoor de auto wel moest stoppen d.w.z. niet
verder kon rijden. De chauffeur - een jonge man -
sprong onmiddellijk u: de cabine en rende op ons
toe. Ook aan de rechterzijde sprong echter iemand
uit de auto nl. een parachutist die direkt aan de
overzijde van de weg in de droge greppel dekking
vond. De hevig geschrokken chauffeur vertelde ons
dat zijn wagen zuid van de verkeersweg in beslag
was genomen en hij door de parachutist gedwongen
was naar de brug in Dordrecht te rijden. Ik
schoot enkele malen over de plaats waar ik
vermoedde dat de parachutist zich bevond. Toen
daarop geen reactie kwam haalde ik de
"demonstratie"-handgranaat uit mijn
jaszak trok af en wierp deze achter de
parachutist. De ontplofte granaat veroorzaakte
aan de andere zijde van de weg geen lichamelijk
letsel maar was voor de tegenstander wel
aanleiding met een hand boven de wegberm te
zwaaien als teken dat hij zich overgaf. Hij wierp
zijn wapen op de weg en riep "Der Tommy
kommt, wir kommen Ihnen helfen". liet was
een jonge man van 18 a 19 jaar. Ik nam zijn wapen
in beslag en bracht hem persoonlijk naar majoor
van Hoek in de Stafbunker. Op enkele vragen die
de majoor van Hoek hem stelde gaf hij geen
antwoord. Ik voerde hem daarna af naar het
souterrain van Amstelwijck.
Het zal omstreeks 8.00 uur zijn geweest toen de
situatie voor de verdedigers van het Stafcomplex
Amstelwijck hachelijk begon te worden.
Parachutisten bevonden zich zeer nabij: oost,
noord en west van het park. We hoorden de Duitse
commando's. Na een inleidende beschieting met
automatische wapens werden handgranaten in het
park geworpen die aan onze zijde veel gewonden
veroorzaakten. Onder luid geschreeuw werd
vervolgens door de parachutisten de stormaanval
uitgevoerd.
De Stafbunker werd snel door hen ontdekt. Om de
bezetting naar van de bunker naar buiten te
krijgen werd een handgranaat via een luchtkoker
naar binnen gerold. In de hierop volgende
paniekdrang om uit de bunker te komen gaf
Commandant I-28 R.I. zich over (d.w.z. voor wat
betreft het ziel op Amstelwijck bevindend
personeel), hiermede een einde makend aan een in
velerlei opzicht ongelijke en voor ons hopeloze
strijd.
Na ontwapening werden we via de verkeersbrug
afgevoerd naar het Brabantse bruggenhoofd
aanvankelijk naar een terrein liggend tussen de
spoorbrug en verkeersbrug. Tegen de avond werden
we ondergebracht in het dorp Moerdijk.
Ter afsluiting van dit
verslag enkele fragmenten ontleend aan het
boekwerk "De krijgsverrichtingen op het
Zuidfront van de Vesting Holland - Mei 1940"
samengesteld door de Sectie Krijgsgeschiedenis
van het Hoofdkwartier van de Koninklijke
Landmacht.
blz 13/14
In de avond van 8 mei had C.-Groep
Kil telefonisch opdracht ontvangen van C.-Vesting
Holland om van een uur voor tot een uur na
zonsopgang op de betonweg Dordrecht-Moerdijk
enkele zware mitrailleurs te plaatsen tot afweer
van eventueel op deze weg landende vreemde
vliegtuigen en gedurende deze uren te Maasdam een
tirailleurcompagnie, versterkt met een sectie zw.
mitrailleurs, op auto's gereed te houden om tegen
dergelijke landingspogingen te kunnen worden
ingezet. Ter uitvoering hiervan deed C.-Groep Kil
in de morgens van 9 en 10 mei twee sectien van
M.C.-I-28 R.I. in stelling komen langs het
weggedeelte Willemsdorp-Amstelwijck en een sectie
van 12 M.C. bij het weggedeelte binnen het
bruggehoofd Moerdijk. Van M.C.-I-28 R.I. stonden
op beide morgens in stelling de le sectie (een
stuk, daar het tweede stuk in reparatie was) en
de 3e sectie (twee stukken), onder gezamenlijk
commando van de le luitenant M. Trouwborst. De
drie stukken stonden van noord naar zuid, als
volgt opgesteld
- een stuk ca. 600 m ten zuiden van Amstelwijck;
- een stuk ca. 500 m ten zuiden van het viaduct
bij Tweede Tol;
- een stuk bij Willemsdorp tegenover het
groepsgebouw van de politietroepen.
blz 26 (de aanval bij
Willemsdorp)
Laag vliegende vliegtuigen, waarvan het aantal
snel toenam, scheerden over het terrein, wierpen
bommen en gaven mitrailleurvuur af. Zij werden
daarbij zonder zichtbaar resultaat onder vuur
genomen door 84 Pel.Lu.Mitr., door de twee zware
mitrailleurs van de patrouillerende vaartuigen,
door de langs de betonweg opgestelde stukken van
M.C.-I-28 R.I. en door manschappen met
karabijnen. Even later verscheen een groot aantal
Junker-vliegtuigen, waaruit een paar honderd
valschermjagers afsprongen, merendeels in de oude
en de nieuwe Beerpolder ongeveer 2,5 km ten
noorden van Willemsdorp in de onmiddellijke
nabijheid der stellingen en kwartieren van 1-17
R.A. en bij de hoeve Den Engel. De beide
mitrailleurs van M.C.-I-28 R.I., die vuur op het
landingsterrein konden brengen, werden door
omlaag stekende vliegtuigen hevig bestookt. De
bediening hield echter kloekmoedig stand en
bracht de vijand verliezen toe; het zuidelijkste
stuk verloor een dode en vier gewonden.
blz. 34
De verdediging van Amstelwijck werd aanvankelijk
gevoerd door een der drie stukken van M.C.-I-28
R.I., opgesteld tot het tegengaan van landingen
op de betonweg. Dit stuk stond oorspronkelijk 600
m ten zuiden van Amstelwijck, doch nam daarna
onder aanvoering van le luitenant M. Trouwborst
stelling ten oosten van dit perceel tot het
bevuren van de uit het oosten naderende
valschermjagers. Vervolgens nam ook het personeel
der te Amstelwijck en Gravestein gelegerde staven
aan de verdediging deel.
blz. 34/35
De staven te Amstelwijck, ter gezamenlijke
sterkte van omstreeks zeventig man, werden daarop
meer en meer ingesloten en aangevallen met
handgranaten. De telefonische verbindingen werden
verbroken en de verliezen namen toe. De korporaal
B. van de Kar onderscheidde zich door onder het
vijandelijk vuur munitie te halen. Omstreeks 9.00
drong de vijand door het bedekte terrein van
Gravestein overrompelend Amstelwijck binnen en
brak met handgranaten en vuistvuurwapenen de
weerstand. C.-I-28 R.I. gaf zich met de rest van
het personeel over.
Gesneuveld of dodelijk gewond waren: bij
Staf-I-28 R.i. vijf man, bij Staf-I-17 R.A. een
2e luitenant en zes man; het aantal gewonden
bedroeg ruim twintig.
Het buiten bleek omsingeld door omstreeks twee
compagnieen valschermjagers; de gevangenen werden
afgevoerd naar het dorp Moerdijk. Amstelwijck
werd daarop door een drietal Nederlandse
officieren ingericht als hulpverbandplaats.
Katwijk aan zee, december
1983
|